|
Context/aanleiding
In de zomer van 2009 is deze compositie voor piano solo ontstaan.
Hoewel het geen vooropgezet plan was is het stuk een soort meditatie geworden met iets wat mogelijk als
een devoot gebed gezien kan worden, mede vanwege het retorische karakter. Vandaar ook dat deze
meditatie als tempo en karakteraanduiding "Andante serena" meegekregen heeft,
vanwege de rustige, serene gang. Hoewel de aanvankelijke naam en titel van dit stuk "Méditation" was,
heb ik dat later gewijzigd in "Dialogue", vanwege dat voornoemde retorische karakter.
Hoewel door mijzelf als een soort gebed bedoeld, is in het stuk een gesprek te horen
tussen een wat hogere en een wat lagere "stem".
De naam "Méditation" kan zo bewaard blijven voor mogelijk nóg verstildere muziek
Muzikale analyse
Net als mijn allereerste Sarabande opus 1, is ook het begin
van dit meditatief gesprek gebaseerd op het effect dat het alsmaar herhalen van dezelfde noot spanning opbouwt.
Deze "eentonige" vertelling kennen alleen de ondersteunende akkoorden als verstoring van die rust.
Na twee regels volgt een grootse ("grandioso") voorzin met een kalmerende nazin ("calmante") en daarna
een dreigende voorzin ("imminente") met ook een kalmerende nazin. Met een lieflijke aanloop ("dolce")
wordt er even groots ("maestoso") uitgepakt, snel gevolgd door een vertelling in lage ligging ("sonore"),
dan weer lieflijk, dan weer berustend ("rassegnato"). Met de modulatie naar mineur wordt er een devoot
gebed ingeluid wat daarna nog met een tweede gedeelte wordt vervolgd ("in seguito"), waarna er een
getuigenis ("testimonianza") afgelegd kan worden en het geheel voldaan ("sazio") afgesloten kan
worden ("finalmente") wanneer het gebed tot slot in majeur terugkeert.
Deze compositie laat opnieuw de voorliefde voor het groot septiem akkoord horen die in
veel eerdere stukken ook aanwezig is. Er is opnieuw gekozen voor een klankidioom waarin de
grote septiem niet als dissonant beschouwd wordt, maar als een kleuring. Er zijn zelfs cadenzen
die oplossen naar een grote septiem toe (en die daarom dus als consonant behandeld wordt).
Het gebruik van gebroken akkoorden kan ook als karakteristiek beschouwd worden, hoewel
het in dit werk relatief weinig voorkomt. Daarentegen horen we nu vaak een pulserende
bas van nootherhalingen (klopmotief).
Vervolg
Ruim tien jaar later heb ik m.b.v. StaffPad hier een orchestratie van gemaakt, het op.51 nr.2.
De orkestbezetting is strijkorkest met houtblazers en trombone. Door de verschillende kleuren van de diverse instrumenten
was het mogelijk om de hierboven beschreven dialoog nog duidelijker tot uitdrukking te brengen.
|