![]() |
![]() |
|||
| Muziek van Paul Merkus |
|
|||
|
|
op.57 Impromptu #4 Muzikale analyse De proloog doet middels een spanningsopbouw een vooraankondiging op de expositie van het thema waarin het geheel op gang komt. Na de proloog de expositie van het hoofdthema, aanvankelijk een langzame, mild stuwende toonladder omhoog, beantwoord door een langere, dalende lijn. De tweede pagina begint met een doorwerking ("sviluppo") van het thema in een vergelijkbare stijl als een lange, dalende toonladder. Na de doorwerking volgt een lieflijke variatie gekenmerkt door een milde lichtheid: een 'dolce' omspeling in een andere maatsoort en in een hogere, dunnere ligging, een mengeling van gebroken akkoorden en ladderfiguren. De impromptu gaat daarna verder in zonder gebroken akkoorden in een lagere ligging waarin de warme, donkere klank van de vleugel aan bod komt ("sonore"). Dit "sonore" deel is serieus, warm en donker, maar niet somber bedoeld. Vanuit de zachte, donkere discant stijgt de klank langzaam op om vervolgens uit te monden in een het "maestoso" waarin groots uitgepakt wordt met wederom gebroken akkoorden in de linkerhand. Afgezien van een plotse verstilling met een lyrisch motief in mineur groeit het pianospel door naar Brahms-achtige 'breedte'. In de analogie met het mensenleven staat deze grootse maestoso passage voor de fase waarin het leven volop geleefd wordt, zozeer zelfs dat er ruimte ontstaat voor speelse omspelingen ("leggiero") en zelfs virtuositeit middels een "cadenza" met voor mijn doen ongebruikelijk virtuoze ladderfiguren. Middels een lange, verbredende chromatische cadens ("allargando") wordt toegewerkt naar de
finale ("reprise") met een volledig doorgewerkte versie van het thema in het hogere octaaf. Als extra verbindend element sluiten alle afzonderlijke deelpassages af met een voorhouding op de terts van het slotakkoord (zoals organisten nogal eens gewoon zijn te doen). |